Sommige
hulpverleners ondernemen actie richting COA, IND of advocaten ten behoeve
van hun cliënt. Een toenemend aantal hulpverleners helpt uitgeprocedeerde
asielzoekers actief met het vinden van opvang in het circuit van
humanitaire organisaties of in het circuit van illegale opvang. Sommigen
zien dat niet en dreigen uitgeput te raken door het werk. Anderen worden
cynisch doordat ze steeds hun hoofd stoten en neigen ertoe zich niet meer
te engageren met het probleem van hun cliënt.
Er is sprake
van een groeiende kloof tussen beleidsmakers enerzijds en hulpverleners
anderzijds. Tijdens een onlangs gehouden congres van hulpverleners werd
duidelijk dat het overgrote deel van de meer dan 300 aanwezigen geen enkel
vertrouwen meet heeft in het beleid van de overheid. Hulpverleners die
intensieve persoonlijke gesprekken voeren met vluchtelingen en op grond
van hun professionaliteit een oordeel kunnen hebben over het waarheids-,
c.q. waarschijnlijkheidgehalte van de verhalen en ervaringen van
vluchtelingen, kunnen in een groeiend aantal gevallen de afwijzende
beschikkingen van de IND niet begrijpen. Zij horen plausibele verhalen
over onrecht, bedreiging in het land van herkomst. Exemplarisch is het
volgende verhaal: Een
vrouw uit Sierra Leone zit al zes jaar in Nederland en heeft twee kinderen
(resp twee en een half jaar oud). Ze heeft nu de aanzegging gekregen dat
ze wordt uitgezet. In de loop van de tijd is duidelijk geworden dat haar
vluchtverhaal zoals ze dat in eerste instantie heeft verteld aan de IND
niet compleet is. Ze heeft gevangen gezeten, is slachtoffer geworden van
een groepsverkrachting en haar dorp is door militairen in brand gestoken,
waarbij enkele dorpsgenoten, waaronder een goede vriendin, zijn omgekomen.
De IND is weigerachtig om deze nieuwe gegevens op te nemen. Ze weet niet
waar ze met haar twee kinderen naar toe moet.
Verklaringen
over geweld, verkrachting worden vaak als ‘niet aannemelijk’ terzijde
geschoven. Hulpverleners hebben sterk de indruk dat de ervaringen van
vluchtelingen, mede door de setting en de tijdsdruk bij de gehoren,
onvolledig worden opgenomen. Asielzoekers ervaren de IND-gehoren vaak als
pogingen om hen klem te zetten met hun vluchtverhaal door te zoeken naar
gaten in het verhaal en naar inconsistenties. Inzichten van deskundige
hulpverleners worden in de asielprocedure vrijwel altijd buiten
beschouwing gelaten en zo ontstaat een groeiende kloof tussen
hulpverleners en het asielbeleid.
Datzelfde
geldt voor de opvang van asielzoekers. De situatie van vluchtelingen die
lang in de centrale opvang verblijven is mensonterend, berooft hen van hun
zelfvertrouwen en waardigheid, reduceert hun toekomstmogelijkheden en
leidt tot chronische psychische en somatische klachten. Hulpverleners
tonen al jaren aan dat de huidige vorm van centrale opvang ziekmakend is,
maar nog steeds verblijven mensen drie jaar en langer in de
asielzoekerscentra. Inmiddels stelt ook de Wetenschappelijke Raad voor het
regeringsbeleid dat de centrale opvang ziekmakend is, maar dat leidt niet
tot ander beleid. En intussen wachten ruim 7000 mensen die een status
hebben in azc’s op een huis. Het heeft er alle schijn van dat de
instanties te weinig hun best doen om deze statushouders zo snel mogelijk
op gang te helpen. Hun geestelijke gezondheid gaat zo alleen verder
achteruit.
Wij kunnen
niet anders kan concluderen dat er op een onverantwoorde wijze wordt
omgegaan met de gezondheid van asielzoekers gedurende de centrale opvang
en bij het uitzettingenbeleid en het als gevolg daarvan illegaal verklaren
van deze mensen.
Want
uiteindelijk is voor hulpverleners de cliënt en niet de asielwetgeving de
laatste waarheid. De eed van Hypocrates van ruim 2000 jaar geleden gaat
boven opportunistische asielwetgeving.